TGG
 
 
 
 

Wat is TGG?

Transgenerationeel Georganiseerd Geweld


De term TGG staat voor Transgenerationeel Georganiseerd Geweld en deze term is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met professionals vanuit verschillende Top Referente Trauma Centra (TRTC), Veilig Thuis, GGD, Fier en anderen. Er zijn verschillende vormen van georganiseerd misbruik.

Transgenerationeel Georganiseerd Geweld (TGG) houdt in: 

Het herhaaldelijk, georganiseerd, systematisch en sadistisch misbruiken van mensen -variërend van zeer jonge kinderen tot en met volwassenen- op fysiek, psychisch, seksueel en emotioneel vlak, meestal in groepsverband.

  • Hierbij kan gebruik gemaakt worden van rituelen, leerprogramma’s, mindcontrol, desinformatie, isolatie en het medeplichtig maken van slachtoffers. Dit veroorzaakt ernstige dissociatieve problematiek bij slachtoffers, met als doel totale controle over de slachtoffers/daders. Soms lijkt dit het enige doel binnen een pseudoreligieuze setting, maar vaak speelt dit zich ook af binnen een groepssamenstelling waarbij religie geen enkele rol heeft.
  • Vanwege de dissociatieve persoonlijkheidsstructuur van de individuele slachtoffers kunnen deze mensen functioneren en opgaan in onze maatschappij, ondanks de veelal beschreven banden met (zware) criminaliteit, porno, (kinder)prostitutie, mensenhandel en andere vormen van uitbuiting.
  • De netwerken zijn veelal transgenerationeel en lijken te bestaan uit een aantal gesloten systemen. Deze wijze van functioneren blijft buiten beeld van onze samenleving, waarbinnen de betreffende gezinnen daarnaast ook een gewaardeerde rol kunnen spelen.
  • Vaak lijkt het doel te zijn dat kinderen verhuurd of verkocht kunnen worden aan besloten groepen, parallelle netwerken waar de kinderen geprostitueerd worden, of een rol moeten spelen in de productie van (kinder)porno.
  • Naast mensenhandel, uitbuiting en (kinder)prostitutie, lijken drugshandel en persoonlijke motieven zoals machtsuitoefening over kwetsbare groepen en individuen middels (quasi)religieuze rituelen een rol te spelen.


Historie van TGG in Nederland


In de jaren 80 komen er in toenemende mate meldingen binnen in Nederland van overlevers van ritueel misbruik. Na een eerste golf van meldingen in de USA, die veel in de media werden belicht, kwam er vooral aan het eind van jaren 80 veel media aandacht voor het thema. In Nederland zijn in die tijd ook enkele tv uitzendingen gewijd aan het fenomeen  ritueel misbruik en er kwamen overlevers aan het woord die over hun ervaringen vertelden.

In 1993 werd in opdracht van het Ministerie van Justitie, de Inspectie Jeugdhulpverlening en de Geneeskundige Inspectie voor de Geestelijke Volksgezondheid de ‘Werkgroep Ritueel Misbruik’ (de werkgroep Hulsenbek) in het leven geroepen. Zij kreeg als opdracht het definiëren en in kaart brengen van de problematiek en het zo nodig formuleren van voorstellen voor nader onderzoek en/of een meldingsprocedure. Deze Werkgroep Ritueel Misbruik definieerde ritueel misbruik als volgt: ‘Met rituelen omgeven en in groepsverband uitgevoerd seksueel sadisme jegens meerdere kinderen in combinatie met extreme vormen van fysiek geweld en bedreiging.’

In 1994 deed de Werkgroep verslag van haar bevindingen: ze concludeerde geen bewijs van het bestaan van ritueel misbruik te kunnen aantonen, maar ook niet dat het niet zou bestaan, en gaf daarom een aantal aanbevelingen aan haar opdrachtgevers, zoals het oprichten van een Beraad, om op langere termijn signalen en rapportages rond geritualiseerd misbruik te blijven volgen. Tien jaar later bleek dat er met de aanbevelingen naar het Ministerie en de Inspectie niets is gedaan, behalve dat de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ) werd opgericht. De volledige rapportage van de ‘Werkgroep Ritueel Misbruik’ kunt u hier lezen of downloaden: Rapport van de Werkgroep (1994). Dit alles leidde er wel toe dat drs. Ton Marinkelle een vragenlijst ontwierp waarmee hij hulpverleners benaderde die mensen behandelden die binnen de categorie ‘ritueel geweld’ vielen. Op zijn beurt leidde dit tot de oprichting van het ‘Alternatief Beraad’, de voorloper van het KTGG.

Begin jaren 90 ontstond er tevens een tweedeling rondom de geloofwaardigheid van getuigenverklaringen van overlevers. Bij de eerste golf van meldingen leek iedereen te accepteren dat de herinneringen van slachtoffers waren 'verdrongen' als overlevingsmechanisme van het brein: het trauma was simpelweg te groot om zich staande te kunnen houden met behoud van de afschuwelijke herinneringen. In de USA werd de 'False Memory Syndrome Foundation' opgericht, die de overtuiging verspreidde dat de overlevers van ritueel misbruik mogelijk 'valse', onware herinneringen hadden aangenomen voor ware herinneringen. Er werd gesuggereerd dat er tijdens therapiesessies herinneringen konden ontstaan die niet gebaseerd waren op ervaringen die werkelijk hadden plaatsgevonden. 

Veel slachtoffers hebben, als gevolg van het ernstige en herhaaldelijk vroegkinderlijk trauma dat zij ondergingen, een dissociatieve identiteitsstoornis ontwikkeld. Omdat DIS ervoor zorgt dat zij (vaak door triggers) kunnen switchen tussen verschillende alters, komen zijzelf en hun getuigenverklaringen soms niet volledig duidelijk en samenhangend over. Dit gegeven in combinatie met de afwezigheid van 'harde bewijzen' voor het bestaan van georganiseerde pedocriminele netwerken en de geweldplegingen, leek ervoor te zorgen dat er minder aandacht kwam voor het thema van ritueel misbruik in Nederland. Na het verschijnen van het rapport van de werkgroep in 1994 is het (vrij plotseling) erg stil geworden in de media rondom het onderwerp. 


Recente ontwikkelingen in Nederland


Het Kenniscentrum TGG bleef zich op de achtergrond inzetten voor overlevers van georganiseerd misbruik en hun hulpverleners. Ondanks de stilte in de media, bleven er meldingen binnenkomen van TGG. Gaandeweg heeft er een verschuiving plaatsgevonden in de manier waarop we naar georganiseerd en geritualiseerd misbruik kijken. Steeds duidelijker ontstaat een beeld waarin er meer sprake is van transgenerationele, georganiseerde kinderprostitutie als core business, dan dat een ideologie de hoofdrol speelt. Er zijn groepen waarin Satan een grote rol lijkt te hebben en vrijwel identieke groepen waarin Satan geen enkele rol speelt, maar waarin men het bijvoorbeeld alleen over 'de meester' heeft of vanuit de naam van God kinderen geprostitueerd worden. In die zin lijken een Satan en de door cliënten beschreven rituelen vooral middelen te zijn om macht te kunnen uitoefenen. Cliënten maken vaak onderscheid tussen de groep van de cult waar ze in opgegroeid zijn en de verschillende groepen waarin ze geprostitueerd werden en waar van rituelen geen sprake was.

Het beeld waar we het nu over hebben is georganiseerde mensenhandel en (kinder)prostitutie. De rituelen lijken in die zin meer een dekmantel, maar vooral ook een systematiek om DIS te creëren en geheimhouding te waarborgen en totale macht uit te oefenen over de kinderen die geprostitueerd en gedresseerd en getraind worden tot seksslavinnen.

De afgelopen jaren is er in de media weer aandacht gekomen voor het thema. Eind 2018 verschijnt bij Argos 'Het verhaal van Lisa', dat schokkende details en expliciete beschrijvingen van seksuele handelingen en geweld bevat. Er kwamen veel reacties op deze uitzending, en Argos besloot een onderzoek te starten. Honderdveertig van de verhalen die via een online vragenlijst zijn ingevuld vertoonden ‘rituele kenmerken’. Sanne Terlingen en Huub Jaspers deden onderzoek naar de verhalen van deze slachtoffers, analyseerden de soms schokkende overlap in hun verhalen en toetsten aan de hand van deskundigen in binnen- en buitenland de aannames over ritueel misbruik. Ze delen hun bevindingen in 2020 in de uitzending 'Glasscherven en duistere rituelen'.

Mede naar aanleiding van deze uitzendingen zijn Kamervragen gesteld over de aard van georganiseerd sadistisch misbruik van kinderen in Nederland. Er is een commissie aangesteld (Commissie Hendriks) die ervaringen van overlevenden van georganiseerd sadistisch misbruik en die van hun therapeuten onderzoeken. Dit onderzoek zal in november 2022 het eindrapport aan de Kamer aanbieden. 


TGG steeds duidelijker in beeld


Er zijn verschillende redenen waardoor het bestaan van TGG zo weinig aandacht heeft gekregen. De daders willen dat hun activiteiten geheim blijven. Ze intimideren en terroriseren hun slachtoffers waardoor deze blijven zwijgen. Het is moeilijk om te begrijpen dat menselijke normen en waarden op zo’n extreme manier overschreden worden en om aan te nemen dat een dergelijke vorm van misbruik werkelijk voorkomt. Door het onbegrip en de ontkenning in de samenleving én door het (geprogrammeerde) zwijgen van de slachtoffers en overlevers is het buitengewoon lastig om het bestaan van deze vorm van misbruik aan te tonen. 

In andere landen wordt het thema inmiddels serieuzer genomen. Michael Salter is een criminoloog verbonden aan de Universiteit van New South Wales in Australië die is gepromoveerd op het onderwerp van georganiseerd geweld. Hij wordt erkend als expert op het gebied criminele netwerken en seksueel kindermisbruik en publiceert veel academisch werk. In Duitsland is Johannes-Wilhelm Rörig in 2011 door de Duitse regering benoemd tot Nationaal Commissaris tegen Kindermisbruik en hij spreekt er openlijk over dat het bestaan van ritueel kindermisbruik volgens hem een realiteit is. 

Er zijn steeds meer wetenschappelijke onderzoeken die de het bestaan van 'false memories' onderuithalen (zie ‘Verdiepende literatuur’). Daarbij voelen overlevers zich door de toenemende aandacht steeds vrijer en meer welkom om ook hun ervaringen te delen. Ook zijn er in toenemende mate audiovisuele 'bewijsmaterialen' in de vorm van opnames van georganiseerd geweld van die vanuit het dark web naar de oppervlakte komen. Ook komen berichten naar voren over hoe medewerkers van politie en justitie (wiens taak het is om dit materiaal te bekijken en beoordelen) ernstig geshockeerd raken door wat zij hebben gezien. 


Psychische gevolgen van (het ervaren van) TGG


Bij ernstige traumatische gebeurtenissen is een kind soms niet in staat om deze te verwerken. De gebeurtenis wordt als zó erg ervaren (totale machteloosheid) dat het kind één of meerdere nieuwe persoonlijkheden creëert die wél met het trauma kunnen omgaan. DIS is voor hem of haar een soort overlevingsstrategie. Deze persoonlijkheden worden alters genoemd. Via de Informatiewijzer hebben we verschillende informatiebronnen samengebracht met betrekking tot DIS en dissociatie.